Franse Alpen 2010

BCB reis 2010; De Franse & Zwitserse Alpen

Onze meerdaagse reis, zoals wie die elk jaar maken ging dit jaar naar de Franse en Zwitserse Alpen. De opzet was heel eenvoudig; plant een tussenpunt op elke bekende Col uit de Tour de France, zak via de westelijke zijde af tot Monaco, duik in de Middelandse Zee, en kom via de oostelijke zijde weer huiswaarts. Natuurlijk volgden we grote delen van de bekende Route des grandes Alpes, en ook stukjes Route de Napoleon.

Klik hier beneden voor het reisverslag, dat dit jaar geschreven is door Peter Sleuters (PSL) en de foto’s per dag.

De BCB-tocht van 2010 zou ons dit jaar door de Franse Alpen naar de Middellandse Zee voeren, om ons van daaruit via het Frans-Italiaanse grensgebied (wederom dwars door de Alpen) naar Zwitserland te brengen. Dit jaar waren we precies met 2 man: Peter Steskens (PST) rijdend op een Honda XL1000V Varadero en Peter Sleuters (PSL) op een Honda XL650V Transalp. Om te rijden maakt dat niets uit. Maar het “Heldens toepen” hebben we dit jaar over moeten slaan.

Maandag 14-6-2010

Maandagochtend 14 juni zouden we al vroeg vertrekken voor een lange rit naar Geneve. Ruim 715 km en daarbij wilden we halverwege ook nog Nederland tegen Denemarken zien spelen.

Na de gebruikelijke koffie bij PST zijn we om 8:30 aan de eerste kilometers begonnen… om na 3 km al in de eerste file te belanden. Het weer lachte ons gelukkig toe. Met wat geslalom waren we toch vrij snel Maastricht en Luik voorbij. Uiteraard werd de tankstop in Luxemburg door PST gebruikt om voor 10 dagen sigaretten in te slaan. Tegen half een waren we al halverwege.

Rond 13.30 naderden we Epinal, waar PST (in de inmiddels stromende regen) een plek vond waar we de wedstrijd konden bekijken. Nadat de jongedame achter de bar na 10 minuten dan ook eindelijk het juiste kanaal had gevonden konden we dan onder het “genot” van 2 diepvriesmaaltijden naar het voetbal kijken: 2-0.

Gelukkig waren de buien inmiddels verdwenen, en onder goede omstandigheden hebben we onze weg naar Geneve vervolgt waar we rond 20:15 bij het hotel aankwamen, het IBIS in Archamps (Fr). Na het avondeten bij Buffalo Grills, hebben we bijtijds de (overigens uitstekende!!) bedden opgezocht…

Dinsdag 15-6-2010

Vandaag staat er na de lange rit van gister een vrij korte rit met 4 cols op het programma. Helaas regent het als we de gordijnen open doen. Na een goed ontbijt (jawel hoor, en dat in Frankrijk!! Eigenlijk gewoon een prima hotel, en niet duur) zijn we tegen 10 uur richting de eerste col gereden. De eerste van velen. De regen lieten we snel achter ons en daarna hebben we het hoofdzakelijk droog gehouden. Na een prachtige kloof (Gorges du Bronze) doemde de eerste col op: de Colombiere (1618mtr). Snel volgden de Aravis (1487m) en de Saisies (1633). Jammer van de steeds aanwezige lage bewolking. Na een goede lunch aan de boorden van het Lac de Roselend, werd ook de Cormet de Roselend  (1968) zonder moeite genomen. Vooral de Colombiere en de Roselend waren “lekkere” cols. Goeie wegen, mooie bochten en schitterende uitzichten.

Al vroeg waren we in Bourg Saint Maurice alwaar we, nadat PST eerst nog olie had ingeslagen, ons hotel opzochten in het dorpje Seez. Met de nadruk op “zochten”. Al keken we wel even vreemd op toen we zagen met welke koeienletters de naam op de gevel stond geschilderd. Eigenlijk niet te missen, tóch ;).
Enfin. Prima kamer en douche al was het avondeten niet echt geweldig… maar jah, tis Frankrijk hè.

Woensdag 16-6-2010

Vroeg op voor wat de koninginne-etappe had moeten worden. ACHT cols liggen op onze route. Op weg naar de eerste col, krijgen we een aperitiefje  naar Notre Dame du Pré. Het kerkje op de rots boven ons, lijkt uitsluitend te bereiken voor bergbeklimmers. Niet veel later beginnen we aan de Col de la Madeleine (2000mtr). Het is droog, maar halverwege de klim rijden we zeer dichte mist/bewolking in. Het zicht is zeer slecht en PSL verlangt naar ruitenwissers op z’n bril. Na meerdere poets-stops duiken we uit de mist en kijken uit over een prachtig landschap terwijl mist de dalen vult. Boven volgt de gebruikelijke koffiestop, waarna we aan de afdaling beginnen. De luchten voorspellen weinig goeds. En inderdaad, halverwege de afdaling begint het te regenen, alles behalve ideale rijomstandigheden dus. Zeker voor PST, een vervelende combinatie.

Eenmaal beneden besluiten we de route drastisch in te korten. De omstandigheden zijn te slecht. Besloten wordt om rechtstreeks naar Bourg d’Oisans te rijden en de Croix de Fer (2068), Telegraph (1566), Galibier (2646) en Lautaret (2057) links te laten liggen. Hebben we tenminste een goed excuus om nog eens terug te komen.

Eerst volgt nog de Glandon (1924) en ook die wordt in de regen beklommen. Jammer, want het is een prachtige klim. Boven besluit PSL om de 2,5 km naar de Croix de Fer (2068), toch nog te rijden. PST daalt direct af. De afdaling is een heerlijk stuk weg langs een prachtig bergmeer. En vooral: DROOG!!!

In Bourg d’Oisans wordt geluncht vooraleer aan de klim naar Alpe d’Huez (1860) te beginnen. Twee weken daarvoor was deze befaamde berg nog in bezit van vele Nederlanders die ihkv Alpe d’HuZes deze puist tot 6 keer toe hebben bedwongen. Voor het goede doel, de strijd tegen kanker. Vele aanmoedigingen aan deze helden sieren nog steeds de weg en de rotsen en vangrails.

In wisselende omstandigheden rijden we naar boven. Op de rechterflank scheen de zon, links regende het. Na een zeer mooie maar voor motorrijders niet al te moeilijke klim gaan we op zoek naar de weg die ons via de Col de Sarenne naar ons hotelletje in Besse zou moeten brengen. Na een kort uitstapje over het vliegveld (moeten ze het hek ook maar niet open laten staan) hebben we het gevonden. Alleen…. Een groot hek met de teksten “Route Barré”en “Col Sarenne fermé” voorspellen weinig goeds. Maar jah, het alternatief was teruggaan en 30 km omrijden. En met onze motoren.… we waagden de gok.

Snel werd duidelijk waarom Alpe d’Huez altijd als slotklim van een touretappe wordt beklommen. De “weg” naar beneden was glad, stijl en ontdaan van elk kiezeltje asfalt. Om de 100 meter moesten we door watergeulen rijden: met rotsblokken geplaveide verdiepingen van de weg waar het smeltwater doorheen stroomde. Met een vaartje van + 25 p/u naderden we ons einddoel. En afgezien van het weer was het wel een bijzondere ervaring. Na ongeveer 25 minuten stuitten we echter op een aardverschuiving. Enorme rotsblokken versperden de route, doorrijden was onmogelijk. Een blik op onze navigatie leert ons dat we tot op 2,4 km van ons einddoel zijn genaderd. Maar we moeten terug. Wéééér dat ellendige stuk!!

Eenmaal beneden aan de Alpe aangekomen wordt via de N91 koers gezet naar Besse. Een werkelijk geweldig stuk asfalt en geweldige bochten nodigden uit om het gas er eens goed op te zetten. En zo bliezen we door een schitterend mooie omgeving alsnog naar ons einddoel voor vandaag: hotel Alpin. Alwaar we in keurig Engels welkom werden geheten door een schitterende lach. Een lach die toebehoorde aan Audrey, de wel zeeer bevallige eigenaresse en zonder twijfel dé bezienswaardigheid van het dorp 😉
Na de inmiddels gebruikelijke 2 pinten de man onze kamer betrokken. Prima! En na een ietwat tegenvallende avondmaaltijd werd het bed alweer vroeg opgezocht.

Donderdag 17-6-2010

’s Ochtends crisisoverleg: het regent en volgens de berichten op internet zou dat op onze geplande route richting Gap niet veel anders zijn. En dat, terwijl het weer in oostelijke richting er best behoorlijk uit ziet. Tevens was de gereserveerde overnachting van vandaag gecancelled. En zo werd de route omgegooid. Eerst richting Briancon om van daaruit alvast aan de vrijdag-route te beginnen richting Nice. En we zouden wel kijken hoever we kwamen.

Na een karig ontbijt werd gestart en al snel zaten we alweer op diezelfde  N91. Wat een héérlijke weg.

Snel werd de top van de Lautaret (2057) bereikt. En tja, daar stond het bordje “Galibier 8 km”. Een snelle blik van verstandhouding maakte duidelijk dat we allebei hetzelfde dachten en zo werd de mist en kou getrotseerd om ook de Galibier (2645) aan ons inmiddels gestaag groeiende lijstje Alpencols toe te voegen. Muren van sneeuw aan beide zijden markeerden de werkelijke adembenemende route naar boven. Ruw, woest maar o zo overweldigend mooi.

Helaas stuitten we bij het standbeeld van Henri Desgrange op een afzetting. De laatste lus naar boven was nog in “wintersperre” . Zo strandden we op 2556 meter alwaar je met een tunnel naar de andere kant kunt.

Tijd voor een kop koffie om vervolgens weer terug naar beneden te rijden waarna we de zweep weer over de motoren konden leggen. Snel waren we dan ook in Briancon alwaar we op zoek gingen om te lunchen.

De volgende klim kondigde zich aan. De Col de Izoard (2360) werd beklommen. Geen moeilijke klim, maar aangelegd als was het een bobsleebaan. Héérlijk!!! Een aanrader voor elke motorrijder! Op de top, die veel weg had van het landschap op Mars, besloot PST nog “even” naar boven te klauteren. Poeh!! De ijle lucht (of was het toch het gebrek aan conditie ) maakte dat hij hijgend als een dekhengst boven kwam. De foto’s laten zien dat het wel de moeite waard was.

Na de Izoard rijden we door de Gorges de Guil. Een magnifieke kloof waardoor zich halverwege de rotswand een weg kronkelt. De ravijnen waren diep! Zo werd koers gezet naar de Col de la Bonette. Eerst werd echter nog de Col de Vars (2108) bedwongen.

De Bonette is de hoogste berijdbare weg in de Alpen. De klim was lang en mooi, maar ook bitterrrrrrrrr koud. Ook hier zoomden metershoge sneeuwmuren de weg. Bijna boven staken enkele kazematten en zelfs een heus fort boven de sneeuw uit. Je moet er maar gelegerd hebben gezeten, brrrrrrr.

Boven op de Bonette (2715 mtr) hebben de fransozen nog een extra lus naar boven aangelegd, de Cime de la Bonette die ons dan uiteindelijk op 2802 meter had moeten brengen. Maar helaas, ook hier versperden meters sneeuw de route naar de top. Er zat niks anders op dan aan de afdaling te beginnen, richting Nice. Wat volgde was een lekkere afdaling en een prachtige route door de vallei van de Tinée. De D2205 kronkelt zich hier langs enorme rotspartijen die opvallend rood zijn. Een aanrader! Inmiddels hadden we ook al uitgemaakt dat we helemaal door zouden rijden naar ons hotel, dat we voor morgen hadden geboekt. Om 17.00 uur nog maar 75 km.

De kortste route deed ons op de D32 belanden. Na een klim die meer weg had van stijle-wand-rijden kwamen we door het dorpje La Tour om daarna richting Utelle te vervolgen. Het einde van de wereld, en dat dan op een heel negatieve manier. Een kronkelweg door een mooi natuurgebied die lag bezaaid met omlaag gevallen stenen en keien. En tevens door de (plaatselijke?) maffia gebruikt werd als dumpplaats van alles wat kwijt moest. Autowrakken, bouwpuin, motorblokken, (vlucht)auto’s, en wat in die oliedrums heeft gezeten zullen we nooit weten… En de op schimmige bos-/rotspaadjes gestalde busjes en auto’s maakten het tot een sinistere ervaring. De zucht van verlichting, toen we weer in de bewoonde wereld terugkwamen, was dan ook boven het motorgeluid uit te horen. Na een nicotineshot voor PST en het ledigen van de blaas door PSL werd via de D19 koers gezet naar de Middelandse Zee. In Nice konden we de zee al ruiken 😀

Na een lange, enerverende, vermoeiende maar ook zeer mooie reis werd tegen 20 uur (na 340km) de kust bereikt. De eerste blik over Beaulieu sur Mer, met de azuurblauwe zee op de achtergrond werd die zelfde avond al doorgemaild naar Nederland. In het Carlton was nog één kamer beschikbaar.

’s Avonds een wandeling gemaakt langs de boulevard en het strand en in de stad lekker gegeten. Morgen een rustdag!

Vrijdag 18-6-2010

Voor het eerst een geweldig goed ontbijt! Lekker buiten kunnen zitten.
Daarna naar Nice gereden waar PST bij de Honda-dealer een nieuwe achterband liet monteren. En helemaal niet duur. Mss de volgende keer met half afgesleten banden naar Frankrijk en daar nieuwe erop laten leggen??

Eenmaal terug in het hotel wilden we snel via de achterdeur naar het strand gaan. Gister was ons al te verstaan gegeven dat de kamer die we voor vandaag hadden geboekt een andere was dan die we gister hadden gekregen en we vandaag zouden moeten verhuizen. Helaas mislukte onze opzet en werd ons vriendelijk doch dringend verzocht om onmiddellijk te verkassen. Hmmm, die nieuwe kamer viel wel tegen, zeker in verhouding tot het paleisje van gister. Een 2-persoonsbed van slechts 1,40 meter :S. Nou ja, we zouden wel zien.

Na de verhuizing werd alsnog koers gezet naar de zee. En daar zou PSL na ruim 25 jaar weer eens gaan zwemmen. En dat viel in eerste instantie vies tegen. OMG! Als een blinde zeehond werd er wat rondgesparteld, terwijl PST de toegesnelde medewerkers van Greenpeace op afstand moest houden.

Na een uurtje vonden we het allebei wel welletjes en werd koers gezet naar het zwembad bij het hotel. Lekker in het zonnetje liggen te bakken en om de zoveel tijd even afkoeling zoeken.

En ook zeker een 10 met een griffel voor de bediening. Een prachtige Hongaarse met een stralende glimlach (en 4-talig!!) zorgde dat het ons daar aan de waterkant aan niks ontbrak 😉

Nadat PSL vanaf z’n luie ligstoel zijn collega’s nog even een prettige werkdag had toegewenst, gingen de oogjes dicht. Om zo rood als een Engelse kreeft weer wakker te worden 😀

Het geplande uitstapje naar Monaco werd op advies van een kras Belgisch stelletje op leeftijd gecancelled. Was niks te beleven. Nee, in plaats daarvan gaf PST pingpong-les aan PSL die na 6 verloren potjes het zwembad maar weer opzocht.

Na wederom een heerlijke avondmaaltijd werd het veel te kleine bed opgezocht. Morgen weer een lange dag…

Zaterdag 19-6-2010

Na een nacht waarin we beiden niet goed hadden geslapen werd vroeg ontbeten. Een blik op internet leerde dat de Col de Agnel (onze laatste van vandaag) nog altijd gesperrt was…

Om kwart voor 9 waren we alweer onderweg richting Menton en de Col de Turini (bekend van de Rallye van Monte Carlo). Onderweg naar Menton is PSL weer een paar keren gestopt om nog snel een paar plaatjes van Monaco te schieten. En net op dat moment heeft PST zich 2 x kort verreden. Zonder het te weten lag PSL plots voorop, terwijl hij zich over de korte kronkelige bergweggetjes spoedde om de vermeende achterstand op PST in te lopen. Helaas, de voorsprong werd erdoor alleen maar groter. In de tussentijd kwam PST in de “problemen” met de darm-huishouding en werd hangend over de vangrail een spoed-fax verstuurd. Nietsvermoedend stuurde PSL al de Col de Turini (1607mtr) op,  onderweg alle terrasjes afspeurend naar een rokende en koffiedrinkende PST. Eenmaal boven werd de GSM gechecked en al snel bleek dat PSL inmiddels 45 km voor lag op PST.

In de 3 kwartier die PSL moest wachten, finishte op de Turini een wielerkoers van lokale tour-wannabees waarvan enkelen na de finish met elkaar op de vuist gingen. Lachuh 😀
Om even na 11 waren we weer herenigd.

Gezamenlijk werd de weg vervolgd via de Col St. Martin (1500) naar Isola, wederom door de Val de Tinée. Prachtig! Vanuit Isola werd koers gezet naar Italië. Na Isola 2000 werd de Col de la Lombarde (2350) bereikt. De top is tevens de grens met Italië. Er volgde een technische afdaling naar Vinadio. De S21 was weer even lekker om te blazen. Vanaf Demonte ging het weer binnendoor, omhoog en almaar onherbergzamer. Door een schitterende vallei gingen we opnieuw de sneeuw in. Via smalle bergweggetjes werd de Colle di Valcavera (2416) bereikt. Harde wind! Na een korte afdaling ging de klim verder naar de Colle Fauniera. Deze staat ook bekend onder de naam Colle dei Morti en is 2481 mtr hoog. Op deze onherbergzame plek staat een enorm standbeeld ter nagedachtenis aan Marco Pantani die op deze berg (deel uitmakend van de Col Cuneo) doorbrak tijdens de Giro van 1994.

Nadat we het landschap en de beeltenis van de Piraat uitgebreid op ons hadden laten inwerken werd de “weg” vervolgd. Nou ja, iets wat op een weg leek dan tenminste. Zo werd ook de Colle d’Esischie (2370) geslecht en werd eindelijk weer normaal asfalt bereikt. Inmiddels was het 16 uur en tijd voor een cappuchino oid.
Met handen en voeten vroegen we naar de Col d’Agnel en eindelijk kregen we de verlossende mededeling: “Aperto”. Sinds deze middag . Zo niet, hadden we 120 km om moeten rijden.

De weg vervolgde richting Elva en de Colli di Sampeyre (2284). Een uitdagende route langs diepe ravijnen, door donkere tunneltjes, langs loslopende marmotten en vallend gesteente reden we door mist, hagel en natte sneeuw stapvoets naar boven. In Sampeyre werd getankt en bereiden we ons voor op de Col d’Agnel. Volgens onze navi’s zou deze weg nóg slechter zijn dan wat we de afgelopen uren voor de wielen hadden gehad. En dat beloofde weinig goeds…. Rekening houdend met zandpaden en dat soort Unfug werden de winterhandschoenen weer aangetrokken.

Niets was minder waar! Een magnifieke boulevard naar boven toe. Strakke bochten, goed wegdek, een genot om naar boven te rijden. Links en rechts zagen we de pas weggeveegde sneeuwhopen nog liggen. Het werd almaar kouder en eenmaal op de top (2744 mtr) openbaarde zich een werelds schouwspel. WAT EEN UITZICHT!!! Tot dit moment het hoogtepunt van onze reis, zowel letterlijk als figuurlijk.

Het was zó koud dat PST zelfs afzag van zijn gebruikelijk sigaret op de top. Na een paar foto’s werd de afzink aanvaard. Genieten en nog eens genieten!!

Na een zeer makkelijke afdaling bereikten we het dorpje waar ons hotel lag. Inmiddels ook weer in Frankrijk aangekomen, want de top is ook de grens. Hotel Le Chamois was een aparte belevenis. Toevallig was er een congres aan de gang. Van de vereniging van lelijke mensen, en alle ereleden waren present. En dat kan ik gerust schrijven, want er word geen woord over de (Franse) grens gesproken. In de bar was tevens de plaatselijke kiosk gevestigd en die werd bestierd door de oma des huizes.

Voor het avondeten moesten we ons haasten, want de kok ging naar huis. Ongedouched gingen we aan tafel. Wát we gegeten hebben weten we niet, maar het was op zich wel goed te doen.

De kamer was voorzien van 2 verdiepingen. Een volgende nacht in één bed werd ons zo gelukkig bespaard. Alleen mogen ze de lengte van de bedden wel eens afstemmen op de gemiddelde europese man.

Met overstekende voeten vielen we in slaap, ons realiserende dat wij vandaag als een van de eersten de Col d’Agnel over zijn gestoken. Misschien zelfs wel de eerste en enige motorrijders van dit jaar.

Zondag 20-6-2010

Als we de gordijnen opentrekken: SCHRIK!!! Het sneeuwt, en niet zo zuinig ook :s
Op de 1800 meter waarop wij ons bevinden is het natte sneeuw. De sneeuwgrens ligt op 2000 meter. Beneden vernemen we dat vannacht op de Agnel 10-15 cm verse sneeuw is gevallen. De pas is weer dicht.

Na het (met afstand!!) sléchtste ontbijt van de hele vakantie (PST gebruikte 6 pakjes Nutella) viel ook nog eens de stroom uit. Na te hebben betaald zijn we snel vertrokken om er nooit meer terug te komen. Als eerste col staat de Izoard op het programma. Echter, ook daar is zoveel sneeuw gevallen, dat passage ervan niet te doen is. Via opnieuw de Gorges de Guil, Guilestre en de N94 rijden we naar Briancon.

Via de Col de Montgenèvre (1854) wordt wederom de grens met Italië gepasseerd in de buurt van Sestrière. En dan volgt de S24 naar Susa. Een rijksweg, parallel aan de autoweg. En wat rijdt ie heeeeeeerlijk. PST is op slag verliefd.

Vanuit Susa is het opnieuw klimmen geblazen over de S25. We rijden de Col du Mont Cenis op terwijl we halverwege weer terug Frankrijk binnen rijden. Een heerlijke klim met veel afwisseling. Zowel qua weg (lange stukken wisselen zich af met korte en strakke haarspeldbochten) als wat het landschap aangaat. Eenmaal op een plateau aangekomen strekt zich plots een enorm stuwmeer uit. En met dat uitzicht hebben we op bijna 2000 meter hoogte geluncht.

Na de lunch werd de top gepasseerd (2081 mtr) waarna een goed te rijden afdaling volgde. Via de D902 reden we richting de Col de L’Iseran. Terwijl we op een hoogte van ongeveer 1700 meter rijden hebben we het al bitter koud. En we moeten nog een kilometer omhoog. Aan de voet wordt dan ook gestopt en voorzien we ons allebei van extra kleding. Ook de (altijd parate) camera van PSL wordt wind-, regen- en vorstvrij opgeborgen. Van deze klim zijn dan ook jammer genoeg geen foto’s.

Als een paar Michelin-mannetjes vangen we de klim aan. De aanloop is gemakkelijk. Met 2 haarspeldbochten en 2 lange stukken zitten we al boven de 2000 meter. Maar dan gaan we links om de hoek en “zien” we de pas waar we tegenop moeten. Sneeuw zo ver als het oog reikt, terwijl de pas zélf aan het oog wordt onttrokken door de bewolking. Ons tegemoetkomende motoren geeft ons wel aan dat de pas berijdbaar is.
De weersomstandigheden op het laatste stuk zijn Arctisch. Sneeuwjachten die het zicht beperken en een snijdend koude wind die in het gezicht bijt. Gelukkig is de weg sneeuwvrij en niet glad.

Eenmaal boven gebaart PST dat hij meteen verder rijdt. PSL wil het moment echter niet helemaal ongemerkt voorbij laten gaan. We staan op 2770 meter!!! Twaalf meter hoger dan de Stelvio van vorig jaar en nu de Bonette nog dicht was is de Iseran officieel het hoogste punt waar we ooit met de motor zijn geweest.

De afdaling aan de noordzijde is (zo mogelijk) nog mistiger. Het zicht is beperkt tot ongeveer 25 meter en we rijden op de navigatie stapvoets naar beneden. Door sneeuwduinen aan de zijkant is het berijdbare weggedeelte erg smal, wat een probleem wordt bij tegenliggers. Regelmatig sturen we dwars door de sneeuwhopen. Ook hier was het stoppen voor een sfeerfoto onverantwoord. Eenmaal onder de 2300 meter wordt het zicht beter en na het passeren van de sneeuwgrens kunnen we weer gas geven. Via Val-d’Isere zetten we weer koers naar Bourg-St-Maurice alwaar we opnieuw overnachten in hotel Val Jolie in Seez. Om 16.15 zijn we er.

’s Avonds besluiten we om het eten bij de buren eens te gaan proberen, omdat het de vorige keer toch wel was tegengevallen. Na een extra gevulde tomatensoep (inclusief een wasknijper :@) hebben we goed gegeten. Om 21.30 gaan de lichten uit. Morgen naar Zwitserland.

Maandag 21-6-2010

Vandaag een lange etappe naar Andermatt. Voor 9 uur zitten we al op de motor.

We beginnen vanuit het hotel aan de Col de Rosière (1850) die daarna overgaat in de Col du Petit St-Bernard (2188). Ergens tijdens de eerste col verliest PSL z’n opbergtasje van de Garmin Zumo (de navi). Aangezien daar het sleuteltje in zit moet er terug worden gereden. Gelukkig wordt het verloren kleinood na plm 5 km teruggevonden.

De klim is prima te doen, maar de nevel/mist bederven het rijplezier. Eenmaal boven op de Pt-St-Bernard (tevens de grens met Italië) is het alsof ineens iemand het licht aan doet. Een strakblauwe hemel begroet ons en in een stralend zonnetje zoeven we over de S26 naar Aosta.  Eenzelfde weg als gister. Gewoonweg heerlijk om te rijden, terwijl de spiegels gevuld worden door een grote witte puist die hoog boven de andere bergen uitsteekt. Zonder dat we het op dat moment in de gaten hebben wordt de Mont Blanc op de  foto gezet.

Vanuit Aosta gaat het weer noordwaarts. Via de Col du Grand St-Bernard (2469) rijden we naar Zwitserland. Vanaf de Italiaanse zijde is goed te zien hoe de wolken vanaf de noordelijke kant over de top worden geblazen en aan de zuidzijde helemaal oplossen. Net alsof er een enorme smurfenmuts op de top is gezet.

Hoe dichter we de top naderen, hoe zwaarder de omstandigheden. Koud, harde wind en een mengelmoesje van regen, hagel en (natte) sneeuw. Op de top verraad een antenne hoe bitter de omstandigheden zijn, er plakt bijna 10 cm sneeuw en ijs aan de ZIJkant vast. Na de grens wordt de top gepasseerd waarbij de weg agv de sneeuw nu toch behoorlijk glad begint te raken. Gelukkig is dat maar voor even en rijden we via diverse tunnels en galerijen naar Martigny.

Van daaruit wordt koers gezet richting Sion en Brig. De weg is een rijksweg, dwars door een brede vallei. Kilometers rechttoe rechtaan, soms afgewisseld met een paar rotondes en stoplichten. Saai, maar het schiet wel goed op.

Na Münster slaan we rechtsaf en rijden we de Nufenenpas op. Die rottige Murmeltieren zitten hier midden op de weg en een enkeling schrikt zich rot als PSL (in de bocht liggend) op nog geen halve meter afstand voorbij schiet. Spreekt voor zich dat zijn hartslag op dat moment ook even tot boven de 200 piekt…

Ook hier wordt nog volop sneeuw geveegd en eenmaal boven op de Nufenenpass (2478) worden we “onthaald” door een bus Hollanders . De afdaling is wederom een verlichting. Lekker hard en binnen korte tijd staan we aan de voet van de Gotthardpas.

De Gotthard is op 3 manieren te passeren: via een tunnel, via de oude pas en via een nieuwe pas. In de route hebben we de oude pas opgenomen, echter al snel komen we de eerste wegwerkzaamheden tegen. En dat gecombineerd met vele klinkers en opkomende regen hebben ons doen besluiten om de nieuwe pas te nemen. Maar goed ook. De top van de Gotthardpass (2108) wordt in dichte mist gepasseerd. Na een vlotte afdaling werd Andermatt bereikt waar PST al bij het geplande hotel (Alpina) was aangekomen. Bij het zien van de kamer werd hij echter niet vrolijk en tevens zouden we er niet kunnen eten omdat het hun “Ruhetag” was. Na een kort overleg besloten we terug het dorp in te rijden en daar op zoek te gaan naar een gezellige plek.

Midden in het centrum hadden we die snel gevonden bij Gasthaus zum Sternen. Goeie kamers, uitstekende douche, gezellige aankleding en vriendelijk en behulpzaam personeel. En een gastfamilie die zelf ook wel van een borreltje houdt . Prima gegeten.
De bediening was ook prima. Echt een hele leuke meid. Alleen jammer van die gigantische neus…. OMG wat een gok, Julius Ceasar zou er jaloers op zijn geweest.

Na nog een gezamenlijk afzakkertje werden de bedden weer opgezocht.

Dinsdag 22-6-2010

Vanochtend de laatste drie passen van deze vakantie. En dan vertrekken we in twee etappes huiswaarts.

Het ontbijt vandaag is niet veel op aan te merken (behalve de prijs, maar Zwitserland is nu eenmaal duur….) We rijden eerst een soort rondje om Andermatt. Als eerste vinden we de Furkapass (2436) op onze weg. Boven is het opnieuw erg koud en heeft PST spijt dat hij toch alvast de zomerhandschoenen aan had. Zelfs met de handen op de uitlaat komen ze nog niet op temperatuur. Na de afdaling volgt meteen de klim naar de Grimselpass (2165). Ook weer koud en mistig boven met verse sneeuw. Na een heerlijk tochtje door een mooie vallei (met een heeeele donkere tunnel met haast onzichtbare fietsers en voetgangers :s) beginnen we aan de laatste pas: de Sustenpass (2224). Mooie pas en een dito afdaling die zeker ook voor snelle motoren geschikt is.

Eenmaal beneden begint de thuisreis. Dwars tussen en langs een paar van de grote meren in de buurt van Luzern wordt over goede (rijks)wegen koers gezet naar de Zwitsers-Duitse grens. 144 km zonder bijzonderheden. En dat kan zeker gezegd worden van onze lunch. PST bestelde 2 spagetti waarna het licht aan PSL vroeg wat hij dan moest hebben…. Maarrrrr, toen we de porties zagen was het inderdaad beter geweest om inderdaad maar 2 porties de man te nemen. Met een half lege maag ging het weer verder.

Het laatste stukkie in Duitsland was weer als vanouds. Rijden in het Schwarzwald op z’n best. Nog even 10 km lekker het uiterste van de motor vergen op prima en vooral bochtige wegen.

Even na 17 uur arriveerden we bij Gasthof Zum Schwanen, een voor ons bekende plek. Ook vorig jaar verbleven we hier en het feit dat we er terugkomen zegt genoeg. Meer dan uitstekende kamers tegen een spotprijs. Een huiselijke sfeer en eten op zijn Duits: goed en veel!

Nadat we onze buikjes weer op spanning hadden gebracht hebben we een ander motorkoppel wegwijs gemaakt met hun gloednieuwe motor-navigatie. Nadat ze de gebruiksaanwijzing van ruim 300 pagina’s hadden doorgeworsteld en nóg niet wisten hoe ze er een route in konden krijgen, kregen we medelijden. Na 10 minuutjes hadden ze meer geleerd dan in de voorbije 2 dagen . Nadat we door de jongste spruit van het gezin nog waren vergast met het Fendt-lied gingen we met nog een laatste afzakkertje achter de kiezen lekker slapen. Morgen naar huis!

Woensdag 23-6-2010

Tja, wat valt er over vandaag nog te zeggen, het zit erop. Maar niet voordat we nog een enorm ontbijt hebben verorberd. En eindelijk waren daar ook weer de eitjes bij het ontbijt.

Even na achten vertrokken we voor de laatste 580 km naar huis. Omdat PST ’s avonds moest werken (MQN @ JZK op woensdagavond) wilden we vroeg thuis zijn.

Op het eerste stuk “binnendoor” tot aan Freiburg kreeg PSL het nog even verbaal aan de stok met een dikke Duitser in een net zo dikke Mercedes die zich nogal opwond over het inhalen van PSL. Volgens hem op plaatsen waar dat verboden was (en daar zou hij best wel eens gelijk in kunnen hebben ;). Maar in elk geval nooit gevaarlijk, dussss…

PST had er met zijn Varadero goed de sokken in en moest op de afgesproken rustplaatsen/tankstations dan ook wat langer wachten op de tragere Transalp van PSL.
PSL had in de tussentijd ook nog een andere motorrijder op z’n nummerbord gekregen die een paar honderd kilometer achter ons aan is gereden. Een rare Zwitser op weg naar de TT in Assen dacht dat het wel slim was om achter 2 Nederlandse motoren aan te rijden om in Holland te komen.

Na een laatste tankstop op ca. 230 km van Echt scheidden zich onze wegen. PST gaf zijn Varadero de sporen en via de route over Heinsberg bereikte hij om 15.30 het thuishonk.
In een wat “rustiger” tempo bereikte ook PSL, na 3.271 km, om 16.15 ook de thuishaven.

’s Avonds werd de BCB-tocht van 2010 bij JZK “officieel” afgesloten met een diashow en de eerste sterke verhalen voor de aanwezige familie en vrienden. Till next time. Waar naar toe????

Epiloog (Na-rede, De koe in de kont kijken, achterafgelul)

In de koude wintermaanden geniet ik ervan achter mijn laptop te kruipen en op zoek te gaan naar de mooiste motorgebieden, de lekkerste wegen en de uitdagenste bergpassen. Internet, OnRoute en Mapsource draaien dan overuren en ook de klok wordt regelmatig vergeten waardoor ik ‘s nachts zachtjes naar boven sluip om Diana niet wakker te maken.

Doelstelling is altijd om met motorvrienden een aantal dagen te genieten van al het moois dat Europa op motorgebied te bieden heeft. Dit jaar werd echter al snel duidelijk dat om uiteenlopende redenen het aantal deelnemers zeer beperkt zou zijn. De enige “zekere” deelnemer was Peter Sleuters (PSL).

In het contact dat we hadden werd duidelijk dat we beide weer een uitdaging zochten, waarbij het ook nog eens moeilijk zou zijn afgelopen jaar (De Dolomieten) te overtreffen. Zo kwamen we eigenlijk automatisch bij de Franse Alpen uit. Hier liggen immers de meeste Passen, allemaal met welbekende namen dankzij de Tour de France.

Het plannen van de routes, boeken van hotels, zoeken naar geschikte datum etc. zal ik hier achterwege laten, dit is tenslotte de epiloog.

Als je bovenstaande doelstelling nogmaals bekijkt, mag geconcludeerd worden dat deze ruimschoots is gehaald. We hebben de Franse Alpen gezien, beleefd, gevoeld, ervaren. De natuur heeft ons getrakteerd op alles wat ze maar in huis heeft; zon, regen, hagel, sneeuw, mist, ijzel. De bergmarmotten waren niet te tellen en de passen begonnen prachtig groen met schitterende watervallen en riviertjes om te eindigen in een surrealistisch maanlandschap.

We hebben zo veel passen gereden dat we op momenten niet meer de namen wisten van de Cols die we nog maar een dag van te voren gereden hadden. De mens raakt snel verwend…

Terugkomend op het weer; nu de Tour de France weer dagelijks op de TV is en de renners door een ware bakoven rijden prijs ik ons toch gelukkig met de omstandigheden die wij gehad hebben. Kou betekent rustg(-er) rijden en extra broek, trui, winterhandschoenen, spullen die we beide voldoende bij ons hadden. In de hitte zul je toch altijd in je motorpak, goed beschermd, moeten rijden.

De geboekte hotels waren allemaal ruim voldoende, de een iets beter als de ander. Maar dat zul je op een rondreis altijd zo beleven. En dat voor een prijs die ook wel een bepaalde kwaliteit moet bieden. Het eten, van ontbijt, lunch tot diner was niet wat we gewend waren. En daar ligt mijn inziens de kern van onze ervaringen achteraf; als je de Duitse gastvrijheid en kwaliteit gewend bent valt Frankrijk ronduit tegen. De laatste nacht in het Schwarzwald maakte dit nog eens onomstotelijk duidelijk. Qua prijs-kwaliteit verhouding gaat niets boven onze Oosterburen!

Had ik deze reis dan willen missen? Absoluut niet! Wij hebben het gedaan, gezien en gehad (been there, done that, got the T-shirt). De komende jaren zal bij elke Alpenetappe in de Tour de France klinken: “daar hebben wij ook gereden”.

En voor iedereen die een soortgelijke reis wil maken, onze ervaringen in samenvatting;

  • Frankrijk is duurder dan je waarschijnlijk gewend bent,
  • Overdrijf niet in het aantal te rijden Passen/Cols, kies voor de grote, bekende namen.
  • Ook grote (verbindings-)wegen zijn heerlijk om te rijden, beter als op een kleine, onbekende col het gevoel te krijgen dat je het einde van de wereld hebt bereikt.
  • Met name Italie heeft ons aangenaam verrast met heerlijke wegen.
  • Het boeken van hotels (o.a. via bookingsites als Booking.com) ging prima. En op een hotel na werd overal wel (iets) Engels gesproken.
  • Tank op tijd. Zeker op zondag zijn veel tankstations gesloten. Zorg voor Europas/Credit Card.
  • Check voor vertrek of de te rijden passen wel open zijn. De meeste gaan pas begin juni open.
  • Zorg voor warme kleding. We hebben nog nooit zo veel de winterhandschoenen gedragen als deze week!

Tenslotte wil ik hier graag mijn metgezel, Peter Sleuters, bedanken. Niet alleen voor het leuke verslag en de geweldige foto’s, maar ook voor 10 dagen onvervalst motorplezier. Het is gebleken dat we beide dezelfde instelling en gedachten hadden. Overleg bestond in 99% van de gevallen uit: “Zullen we…”, “Ja is goed”.

@PSL: ik heb er fatsoenshalve 99 % van gemaakt, maar waar die resterende 1 % voor staat weet ik niet eens…

Een enorme ervaring rijker en mijzelf achterlatend met de vraag waar we volgend jaar naar toe gaan, wens ik iedereen veel motorplezier,

Peter Steskens